Wat zijn onzichtbare regels in familiesystemen
Binnen elk familiesysteem bestaan er ongeschreven regels die bepalen hoe familieleden zich tot elkaar verhouden. Deze regels zijn ontstaan over generaties heen en worden meestal onbewust doorgegeven. Ze bepalen wie macht heeft, wie zich mag uiten, wie voor wie zorgt, en wat wel en niet bespreekbaar is.
Deze onzichtbare regels zijn onderdeel van wat binnen groepen en systemen consensus creëert. Ze zorgen voor criteria rond insluiting en uitsluiting, bepalen de distributie van macht en status, en geven vorm aan normen over intimiteit en relaties. Ook bepalen ze wat als heldhaftig of juist schandalig gedrag wordt gezien, en welke beloningen of straffen daaraan verbonden zijn.
Het bijzondere aan deze regels is dat ze zelden expliciet worden uitgesproken. Ze zijn gewoon ‘hoe het gaat’ binnen het systeem. Een kind groeit op met deze regels en neemt ze over als vanzelfsprekend, zonder ze ooit te bevragen. Pas later, als volwassene, kunnen deze regels leiden tot conflicten, vooral wanneer ze botsen met de eigen behoeften of met de regels van andere systemen waarin iemand functioneert.
Loyaliteitsconflicten: wanneer regels botsen
Een loyaliteitsconflict ontstaat wanneer iemand loyaal wil zijn aan meerdere systemen tegelijk, maar de ongeschreven regels van die systemen met elkaar in strijd zijn. Dit zie je bijvoorbeeld bij iemand die is opgegroeid met de regel ‘je stelt jezelf niet centraal’, maar nu in een partnerrelatie zit waar juist het uiten van eigen behoeften wordt verwacht.
De persoon zit dan klem tussen twee loyaliteiten. Trouw blijven aan de regel uit het ouderlijk systeem betekent ontrouw worden aan de partner. Maar de regel loslaten voelt aan als verraad aan de familie van herkomst. Dit conflict speelt zich vaak af buiten het bewuste bewustzijn. De persoon voelt zich vooral verward, schuldig of gefrustreerd, zonder precies te kunnen benoemen waarom.
Wat het extra complex maakt, is dat deze loyaliteitsconflicten vaak gepaard gaan met normen over intimiteit, vriendschap en liefde die binnen het oorspronkelijke systeem zijn ontstaan. Gevoelens van affectie en liefde zijn gekoppeld aan het volgen van de ongeschreven regels. Iemand die de regels overtreedt, riskeert niet alleen uitsluiting, maar ook het verlies van gevoelens van verbondenheid en liefde van degenen die hem nabij staan.
De rol van macht en hiërarchie
Binnen systemen bestaat altijd een verdeling van macht en status. Deze verdeling is niet willekeurig, maar gebaseerd op consensus over criteria en regels. In familiesystemen bepaalt dit wie het voorbeeld geeft, wiens mening telt, en wie zich moet voegen.
Interessant is dat dit machtspatroon zich vaak herhaalt in andere contexten. Iemand die is opgegroeid in een systeem waar zijn mening niet telde, zal dit patroon vaak ook meenemen naar zijn werk of andere relaties. Omgekeerd zie je dat mensen die gewend zijn aan een bepaalde machtspositie binnen hun familie, dit ook verwachten in andere contexten.
Dit wordt zichtbaar in hoe verschillende niveaus binnen organisaties omgaan met macht en verantwoordelijkheid. Waar hoger kader vaker de macht pakt en verantwoordelijkheid neemt, komt bij lager kader vaker een afbreuk-effect voor. Een mogelijke verklaring is dat het hogere kader zich meer verantwoordelijk voelt, beter geschoold is, of vanuit idealisme hogere eisen aan zichzelf stelt. Zoals één persoon het verwoordde: ‘Ik denk dat mijn medewerkers minder lang hier zouden werken als ik hen zo zou behandelen als ik behandeld word.’
Deze dynamiek laat zien hoe machtspatronen en de regels daaromheen diep verankerd zijn in hoe mensen zich verhouden tot anderen, en hoe ze zichzelf zien binnen een hiërarchie.
Systemisch fenomenologisch kijken naar loyaliteitsconflicten
Binnen de systemische fenomenologie kijk je naar wat er is, zonder oordeel. Er worden geen schuldigen aangewezen. Er is slechts wat er is, en van daaruit wordt gekeken hoe je verder kunt. Deze manier van kijken is essentieel bij het werken met loyaliteitsconflicten.
Bij fenomenologie maak je gebruik van al je zintuigen om tot de essentie van een fenomeen door te dringen. Een fenomeen kan een mens zijn, maar ook iets abstracts als een sociale omgeving of delen van een familiesysteem. Tijdens het waarnemen oordeel of analyseer je niet, en laat je zoveel mogelijk kennis door eerdere ervaringen los.
Het gaat niet puur om het waarnemen zelf. Het is een middel om behoeften te herkennen en oplossingen te vinden. De waarneming dient als basis voor het inleven in het fenomeen dat je ziet. Je maakt contact met dat wat je ziet en luistert naar de behoefte daarvan. Vanuit deze benadering stel je jezelf de vragen: ‘Wat is hier nodig?’ en ‘Hoe kan daarin worden voorzien?’
Deze manier van kijken maakt het mogelijk om de dynamieken in een systeem te duiden, maar ook om een oplossing te bieden voor een dynamiek die niet meer helpend is. Bij loyaliteitsconflicten betekent dit dat je niet kijkt naar wie er fout zit of wie moet veranderen, maar naar wat het systeem nodig heeft om weer in balans te komen. Dit vraagt diepgaande kennis over systemen van jou als therapeut.
Het verbindende veld en systemisch werken
Binnen systemisch fenomenologisch werk wordt er gewerkt vanuit het idee dat er bij opstellingen gebruik maken van het veld, de ruimte die ons omringt en waar wij onlosmakelijk mee zijn verbonden. Dit veld bevat informatie over het systeem en de dynamieken daarin.
Bert Hellinger, de grondlegger van de systemische fenomenologie, legde de basis voor deze benadering tijdens zijn zestien jaar bij de Zulu’s in Zuid-Afrika. Hun manier van onderzoeken en oplossen van problemen, waarbij ze vertrouwen op wat is zonder voorgenomen intentie, angst of vooroordeel, maakte diepe indruk op hem. Hij combineerde die fenomenologische benadering met de systeemtheorie en ontwikkelde daaruit het werken met opstellingen.
Steeds meer onderzoek wijst erop dat ons bewustzijn niet alleen in ons brein zit, maar ook in het veld om ons heen. Dit maakt het mogelijk om via opstellingen toegang te krijgen tot informatie over systemen en dynamieken die buiten het bewuste denken van de individuele cliënt liggen. Voor het werken met loyaliteitsconflicten is dit waardevol, omdat deze conflicten vaak juist spelen op een niveau dat niet bewust toegankelijk is.
Werken binnen het tolerantievenster
Bij het behandelen van loyaliteitsconflicten is het belangrijk om te werken binnen wat het tolerantievenster wordt genoemd. Dit is het optimale bereik van alertheid, niet te hoog en niet te laag, waarin iemand kan functioneren zonder dat aangeboren of aangeleerde afweerreacties worden geactiveerd.
Wanneer de alertheid te hoog wordt, kunnen interventies die de alertheid verminderen, helpen om binnen dit optimale bereik te blijven. Deze interventies werken via verschillende mechanismen: verandering in de balans tussen sympathisch en parasympathisch zenuwstelsel, regulatie van de stress-as, en regulatie van limbische activiteit.
Dit kan via een somatische benadering die zich richt op het lichaam zelf, via een benadering die zich richt op limbische gebieden in het brein, of via een benadering die zich richt op corticale gebieden die betrokken zijn bij emotie en somatische regulatie. Voor het werken met loyaliteitsconflicten is dit relevant, omdat deze conflicten vaak gepaard gaan met hoge emotionele lading en activatie van het zenuwstelsel.
Praktische implicaties voor therapeuten
Als therapeut is het herkennen van loyaliteitsconflicten een kerncompetentie. Het vraagt om een blik die verder gaat dan het individuele gedrag van je cliënt, en die het bredere systeem meeneemt. Je kijkt niet alleen naar wat iemand doet, maar ook naar de context waarin dat gedrag ontstond en welke onzichtbare regels daaraan ten grondslag liggen.
Dit betekent ook dat je oordeel-loos kijkt naar gedrag dat ogenschijnlijk irrationeel lijkt. Wat vanuit individueel perspectief niet logisch is, kan vanuit systeem perspectief volkomen begrijpelijk zijn. Iemand die zichzelf wegcijfert, is niet zwak of onzeker, maar volgt mogelijk een diepe loyaliteit aan het systeem waarin hij is opgegroeid.
Het werk van jou als therapeut bestaat er dan uit om deze loyaliteiten zichtbaar te maken, zonder ze te veroordelen. Je helpt je cliënt om te zien wat er speelt, en om van daaruit bewuste keuzes te maken. Dat doe je niet door de oude loyaliteit te verwerpen, maar door ruimte te creëren voor nieuwe vormen van verbondenheid die recht doen aan zowel het oorspronkelijke systeem als aan de eigen behoeften en het huidige leven van de cliënt.